Wat een geweldige ochtend was het gisteren bij de Kids Church. Ik schat dat er zo’n 25 kinderen aanwezig waren. Mijn Verhaal was al prachtig voorbereid: er was een gebedsmuur gemaakt. Aan de ene kant hingen de gebedsverzoeken en aan de andere kant werden de briefjes verplaatst naar de verhoorde gebeden.
Er werd onder andere gebeden voor een zieke opa. Ook vertelde een meisje over een vriendin bij wie het sleutelbeen was gebroken, ze mag volgende week weer meegymen. De week ervoor hadden ze daarvoor gebeden, briefjes werden van de ene naar de andere kant verplaatst. Daarnaast werd er gebeden voor familieleden die Jezus nog niet kennen. Dat alles raakte me diep en baande al de weg voor wat zou komen.
Ik begon mijn verhaal, zoals ik dat vaker doe, met een grapje. Ik vroeg:
“Hoeveel dieren nam Abraham mee in de ark?”

De kinderen antwoordden enthousiast: “Twee!”
Toen zei ik: “Nee, dat is niet goed. Jullie hebben niet goed geluisterd. Het was namelijk niet Abraham, maar Noach.”
Dat was meteen de les: we luisteren vaak wel, maar niet altijd goed. We vullen dingen in met ons denken. We horen ‘ark’ en ‘dieren’ en trekken automatisch de conclusie dat het over Noach gaat, terwijl dat niet gezegd werd. Zo is het ook met het luisteren naar mensen, maar zeker ook met het luisteren naar de stem van de Heilige Geest. We moeten leren écht te luisteren, zonder alvast zelf conclusies te trekken.
Daarna vroeg ik of iemand een wonder had meegemaakt. Een aantal kinderen stak hun hand op. Eén jongen, Jesse, vertelde dat hij er de vorige keer ook bij was geweest. Hij vertelde dat er toen was gebeden voor ongelijke benen en rugklachten. Hijzelf had rugklachten gehad. Zijn vriendje Noa had voor hem gebeden, en sindsdien was zijn been aangegroeid en had hij geen rugpijn meer. Wat een krachtig getuigenis — het bouwde meteen geloof.
Ik stelde dezelfde vraag opnieuw en er waren kinderen met rugklachten. Ik bad eerst voor een meisje en haar rechterbeen groeide aan en de rugpijn verdween. Daarna liet ik haar voor een ander bidden. Dat was een jongen. Ik zei:
“Dit is best een grote jongen, dus ik houd zijn voeten vast. Jij bidt mij maar na.”
Ze bad: “In de naam van Jezus, linkerbeen groei!’
En het been groeide aan. Iedereen stond er compleet verbaasd bij.
Zo ging het nog een paar keer door. Er was ook een meisje met buikpijn. Het meisje dat mijn microfoon vast had gehouden zodat ik mijn handen vrij had, bad voor haar. Na twee keer bidden was de buikpijn volledig weg!
Wat me opnieuw raakte: kinderen hebben geen mist in hun hoofd. Ze geloven gewoon. Punt. Wat God zegt, is waar. Dat is puur geloof. Daarom zegt de Here Jezus ook dat we moeten worden als een kind, onbevangen.
Daarna ging iedereen met elkaar oefenen, onder begeleiding van de leiding. We zagen opnieuw dat benen aangroeiden, wanneer kinderen voor elkaar baden. Iedereen zag dat God het door hén deed. Dat was zo krachtig. Het nodigt uit om meer uit te stappen en minder te twijfelen.
Vervolgens vertelde ik het verhaal van een groot cadeau:
“Als je ooit zo’n groot cadeau hebt gekregen, aan wie vertel je dat dan?”
Er kwamen mooie antwoorden. En zo is het ook met de Heer Jezus — Hij is ons grootste cadeau. Dat houd je toch niet voor jezelf? Dat wil je delen.
Daarna deelden we van het evangelie aan de hand van een kinderversie script. Ik deed dit samen met een meisje, Zoë. Zij speelde iemand die niet geloofde en deed dat geweldig. Daarna ging iedereen serieus met elkaar oefenen. Er werd niet gegiecheld of gerommeld — het was bijzonder om te zien hoe serieus de kinderen hiermee bezig waren.
Aan het einde heb ik iedereen de handen opgelegd. Ik sloot af met het voorbeeld van mijn sokken — van die Happy Socks met ééndjes erop. Zo liet ik zien: je hoeft het nooit in je eentje te doen. De Heere God, de Heilige Geest, is altijd bij je. Dat vonden ze geweldig.
Later kwam er nog een jongen naar me toe die zei:
“Meneer, dank u wel voor de mooie les.”
Ik spreek uit in geloof dat deze kinderen het ook echt gaan doen. Dat ze vandaag al op school gaan bidden — met vriendjes, vriendinnetjes, misschien zelfs met een meester of juf — en dat ze het evangelie gaan delen. Bid u mee dat ze vrucht zullen gaan dragen?
Ik heb intens genoten. En ik geloof dat God Zelf, met een knipoog en een brede glimlach, heeft gekeken naar wat er gebeurde.
Halleluja.