Door Jan van Doodewaard
Na een overdenking over een doorbraak in een stad, handelend over hoe we door aanhoudend bidden en smeken in de Geest en door bidden en vasten een geestelijke doorbraak in Barendrecht tot stand kunnen brengen, gingen wij met 1 groep van 6 mensen de straat op.
We gingen met twee auto’s naar Carnisselande, een relatief nieuw stadsdeel in de gemeente Barendrecht. Voor evangelisatie hadden we het winkelcentrum Carnisse Veste uitgekozen.
Eén van de groepsleden had in het begin een lang gesprek met een jong stel. De vrouw kende Jezus al, maar de man niet. Het groepslid heeft samen met de vrouw voor de man gebeden.
In het begin kwamen ook vijf jongens op ons aflopen. De coördinator vroeg aan de jongens of ze gezond waren. Hierop werd bevestigend gereageerd. Vervolgens kon de coördinator wat delen. Hij gebruikte hierbij het script. Er werd voor de vijf jongens gebeden, maar toen ze een beslissing voor Jezus konden nemen haakten ze af.
Toen we een poosje bezig waren, werden we aangesproken door een burgerwacht. Hij legde uit dat wij de regels van het winkelcentrum overtraden. De coördinator en zijn vrouw waren het er niet mee eens en zeiden: ‘Ga maar naar de politie!’ We gingen daarna verder met het evangeliseren.
Even later sprak de coördinator en zijn vrouw twee jonge vrouwen aan, die voor een winkel rimpelcrème onder de aandacht brachten. We vertelden dat God een plan met hun leven had. Dit wisten ze niet en we mochten weer wat delen uit de Bijbel. Bij het zondaarsgebed wilde één van de twee het gebed om tot Jezus te komen, niet nazeggen. De andere vrouw echter wel en we mochten haar tot Jezus leiden. Prijs de Heer!
Intussen merkten de coördinator en zijn vrouw niet op, dat de andere groepsleden door argumenten van de burgerwacht de banner en de stoelen hadden opgeruimd.
De burgerwacht bleef volhouden, dat we de regels van het winkelcentrum overtraden. De vrouw van de coördinator zei op een gegeven ogenblik:’Als je wil weten wat we aan het doen zijn, wil ik dit wel voordoen’. Het script werd gehanteerd en de burgerwacht vond het tot onze verbazing fijn dat er voor hem werd gebeden. Bij het zondaarsgebed haakte hij echter af en begon daarna weer over zijn regels.
De burgerwacht stelde ten slotte dat we wel voor de poort van het winkelcentrum ons werk mochten doen. We besloten uiteindelijk hieraan gehoor te geven.
In de buurt van de poort, voor een winkelruit, bad een groepslid het ‘Onze Vader’ voor een oudere vrouw. Het zondaarsgebed wilde ze niet nazeggen. Er werd ook nog voor haar pijn gebeden.
Toen we een poosje in de buurt van de poort stonden, kwam de burgerwacht weer naar ons toe. Hij liep na wat heen en weer gepraat met de coördinator mee om de regels van het winkelcentrum onder de aandacht te brengen. De coördinator kon op grond van deze regels niet instemmen met het feit dat wij de regels hadden overtreden. Er werd weer tegen de burgerwacht gezegd:’Ga maar naar de politie!’ Uiteindelijk liet de burgerwacht ons met rust. De politie hebben wij niet gezien.
Op het eind mochten wij een jongen van 13 jaar nog tot Jezus leiden. Hij had een gelovige moeder en oma. Er werd ook nog met een man gesproken, die beweerde een atheĩst te zijn. Uiteindelijk ging de man weg, nadat de coördinator hem had gezegd: ‘Als je in nood komt, roept de naam van Jezus aan!’
Na ongeveer 1½ uur gingen we terug naar de gemeente Gods Genade. Twee zielen waren voor het Koninkrijk van God gewonnen. Er is weer feest in de hemel!

